regelen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
arrange
Pronunciation: ray-ghuh-len
Example
Kun je de reservering regelen?
Can you arrange the reservation?
Conjugation
ikregel
jijregelt
hijregelt
wijregelen
jullieregelen
zijregelen
Past tense
regelde / regelden
Past participle
hebbengeregeld
Imperative
regel
Conditional
zou regelen
Future
zal regelen