rondbrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
deliver
Pronunciation: ront-bren-ghen
Example
De postbode moet de brieven rondbrengen.
The mailman has to deliver the letters.
Conjugation
ikrondbreng
jijrondbrengt
hijrondbrengt
wijrondbrengen
jullierondbrengen
zijrondbrengen
Past tense
brengde / brengden
Past participle
hebbengerondbrengd
Imperative
breng
Conditional
zou rondbrengen
Future
zal rondbrengen
Separable verb