samenbrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
bring together
Pronunciation: sa-men-bren-gen
Example
Het evenement was bedoeld om mensen samen te brengen.
The event was meant to bring people together.
Conjugation
iksamenbreng
jijsamenbrengt
hijsamenbrengt
wijsamenbrengen
julliesamenbrengen
zijsamenbrengen
Past tense
samenbrengde / samenbrengden
Past participle
hebbengesamenbrengd
Imperative
samenbreng
Conditional
zou samenbrengen
Future
zal samenbrengen
Separable verb