samengroeien
Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry
verbb2
Translation
grow together
Pronunciation: sah-men-hroo-yuhn
Example
We hopen samen te groeien in onze relatie.
We hope to grow together in our relationship.
Conjugation
| ik | samengroei |
| jij | samengroeit |
| hij | samengroeit |
| wij | samengroeien |
| jullie | samengroeien |
| zij | samengroeien |
Past tense
samengroeide / samengroeiden
Past participle
hebbengesamengroeid
Imperative
samengroei
Conditional
zou samengroeien
Future
zal samengroeien
Separable verb