terugdenken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to reminisce
Pronunciation: tuh-ruhk-den-kuhn
Example
Ik moet vaak terugdenken aan mijn kindertijd.
I often have to think back to my childhood.
Conjugation
ikdenk terug
jijdenkt terug
hijdenkt terug
wijdenken terug
julliedenken terug
zijdenken terug
Past tense
denkte / denkten
Past participle
hebbengeterugdenkt
Imperative
denk
Conditional
zou terugdenken
Future
zal terugdenken
Separable verb