terugdragen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
carry back
Pronunciation: tə-rəkh-draa-khən
Example
Kun je deze boeken terugdragen naar de bibliotheek?
Can you carry these books back to the library?
Conjugation
ikdraag terug
jijdraagt terug
hijdraagt terug
wijdragen terug
julliedragen terug
zijdragen terug
Past tense
dragde / dragden
Past participle
hebbengeterugdragd
Imperative
drag
Conditional
zou terugdragen
Future
zal terugdragen
Separable verb