terugwerken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
work back
Pronunciation: teh-ruhk-ver-ken
Example
De nieuwe regels werken terug tot januari.
The new rules are retroactive to January.
Conjugation
ikwerk terug
jijwerkt terug
hijwerkt terug
wijwerken terug
julliewerken terug
zijwerken terug
Past tense
werkte / werkten
Past participle
hebbengeterugwerkt
Imperative
werk
Conditional
zou terugwerken
Future
zal terugwerken
Separable verb