terugzien

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to see again
Pronunciation: tə-RUK-zeen
Example
Ik hoop je snel weer terug te zien.
I hope to see you again soon.
Conjugation
ikzie terug
jijziet terug
hijziet terug
wijterugzien
jullieterugzien
zijterugzien
Past tense
zide / ziden
Past participle
hebbengeterugzid
Imperative
zi
Conditional
zou terugzien
Future
zal terugzien
Separable verb