uitbrengen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to release
Pronunciation: out-bren-gen
Example
De band zal volgende maand een nieuw album uitbrengen.
The band will release a new album next month.
Conjugation
ikbreng uit
jijbrengt uit
hijbrengt uit
wijbrengen uit
julliebrengen uit
zijbrengen uit
Past tense
brengde / brengden
Past participle
hebbengeuitbrengd
Imperative
breng
Conditional
zou uitbrengen
Future
zal uitbrengen
Separable verb