uitgeven
Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry
verbb1
Translation
spend
Pronunciation: out-gey-ven
Example
Ze geven veel geld uit aan reizen.
They spend a lot of money on travel.
Conjugation
| ik | geef uit |
| jij | geeft uit |
| hij | geeft uit |
| wij | uitgeven |
| jullie | uitgeven |
| zij | uitgeven |
Past tense
gevde / gevden
Past participle
hebbengeuitgevd
Imperative
gev
Conditional
zou uitgeven
Future
zal uitgeven
Separable verb