uitlenen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to lend out
Pronunciation: owt-lay-nen
Example
Ik wil mijn boek aan je uitlenen.
I want to lend you my book.
Conjugation
ikleen uit
jijleent uit
hijleent uit
wijuitlenen
jullieuitlenen
zijuitlenen
Past tense
lende / lenden
Past participle
hebbengeuitlend
Imperative
len
Conditional
zou uitlenen
Future
zal uitlenen
Separable verb