valideren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
validate
Pronunciation: vah-lih-day-ruhn
Example
We moeten de gegevens eerst valideren.
We need to validate the data first.
Conjugation
ikvalideer
jijvalideert
hijvalideert
wijvalideren
jullievalideren
zijvalideren
Past tense
validerde / validerden
Past participle
hebbengevaliderd
Imperative
valider
Conditional
zou valideren
Future
zal valideren