vangen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to catch
Pronunciation: vahn-ghen
Example
De kat probeert de muis te vangen.
The cat is trying to catch the mouse.
Conjugation
ikvang
jijvangt
hijvangt
wijvangen
jullievangen
zijvangen
Past tense
ving / vingen
Past participle
hebbengevangen
Imperative
vang
Conditional
zou vangen
Future
zal vangen