veranderen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
change
Pronunciation: vuh-RAN-duh-ruhn
Example
Het weer kan snel veranderen.
The weather can change quickly.
Conjugation
ikverander
jijverandert
hijverandert
wijveranderen
jullieveranderen
zijveranderen
Past tense
veranderde / veranderden
Past participle
hebbenveranderd
Imperative
verander
Conditional
zou veranderen
Future
zal veranderen