verbazen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to amaze
Pronunciation: ver-bah-zen
Example
Het verbaast me dat hij dat niet wist.
It surprises me that he didn't know that.
Conjugation
ikverbaas
jijverbaast
hijverbaast
wijverbazen
jullieverbazen
zijverbazen
Past tense
verbaasde / verbaasden
Past participle
hebbenverbaasd
Imperative
verbaas
Conditional
zou verbazen
Future
zal verbazen