vergelijken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to compare
Pronunciation: ver-khuh-lay-kuh
Example
Je moet de prijzen vergelijken voordat je koopt.
You should compare the prices before you buy.
Conjugation
ikvergelijk
jijvergelijk
hijvergelijk
wijvergelijken
jullievergelijken
zijvergelijken
Past tense
vergeleek / vergeleken
Past participle
hebbenvergeleken
Imperative
vergelijk
Conditional
zou vergelijken
Future
zal vergelijken