vergoeden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
reimburse
Pronunciation: ver-goo-den
Example
De verzekering zal de schade vergoeden.
The insurance will compensate for the damage.
Conjugation
ikvergoed
jijvergoedt
hijvergoedt
wijvergoeden
jullievergoeden
zijvergoeden
Past tense
vergoedde / vergoedden
Past participle
hebbengevergoedd
Imperative
vergoed
Conditional
zou vergoeden
Future
zal vergoeden