verloven

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to get engaged
Pronunciation: fur-LOH-vuhn
Example
Ze hebben besloten om zich te verloven.
They have decided to get engaged.
Conjugation
ikverloof
jijverlooft
hijverlooft
wijverloven
jullieverloven
zijverloven
Past tense
verlovde / verlovden
Past participle
hebbengeverlovd
Imperative
verlov
Conditional
zou verloven
Future
zal verloven