vernielen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to destroy
Pronunciation: ver-nee-len
Example
De storm heeft veel huizen vernield.
The storm destroyed many houses.
Conjugation
ikverniel
jijvernielt
hijvernielt
wijvernielen
jullievernielen
zijvernielen
Past tense
vernielde / vernielden
Past participle
hebbenvernield
Imperative
verniel
Conditional
zou vernielen
Future
zal vernielen