verpesten

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
ruin
Pronunciation: ver-PEST-uhn
Example
Hij heeft het feestje verpest.
He ruined the party.
Conjugation
ikverpest
jijverpest
hijverpest
wijverpesten
jullieverpesten
zijverpesten
Past tense
verpestte / verpestten
Past participle
hebbenverpest
Imperative
verpest
Conditional
zou verpesten
Future
zal verpesten