versieren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to decorate
Pronunciation: ver-SEE-ren
Example
We gaan de kamer versieren voor het feest.
We are going to decorate the room for the party.
Conjugation
ikversier
jijversiert
hijversiert
wijversieren
jullieversieren
zijversieren
Past tense
versierde / versierden
Past participle
hebbengeversierd
Imperative
versier
Conditional
zou versieren
Future
zal versieren