versnellen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to speed up
Pronunciation: ver-snel-len
Example
We moeten het proces versnellen om op tijd klaar te zijn.
We need to speed up the process to be ready on time.
Conjugation
ikversnel
jijversnelt
hijversnelt
wijversnellen
jullieversnellen
zijversnellen
Past tense
versnellde / versnellden
Past participle
hebbengeversnelld
Imperative
versnell
Conditional
zou versnellen
Future
zal versnellen