vertrekken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to leave
Pronunciation: ver-trek-ken
Example
De trein vertrekt om acht uur.
The train leaves at eight o'clock.
Conjugation
ikvertrek
jijvertrekt
hijvertrekt
wijvertrekken
jullievertrekken
zijvertrekken
Past tense
vertrok / vertrokken
Past participle
zijnvertrokken
Imperative
vertrekk
Conditional
zou vertrekken
Future
zal vertrekken