vertrouwen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
trust
Pronunciation: /vərˈtrɑu̯.ə(n)/
Example
Ik vertrouw hem volledig.
I trust him completely.
Conjugation
ikvertrouw
jijvertrouwt
hijvertrouwt
wijvertrouwen
jullievertrouwen
zijvertrouwen
Past tense
vertrouwde / vertrouwden
Past participle
hebbenvertrouwd
Imperative
vertrouw
Conditional
zou vertrouwen
Future
zal vertrouwen
nouna2
Translation
trust
Pronunciation: fer-trou-wen
Example
Vertrouwen is belangrijk.
Trust is important.