vervloeken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to curse
Pronunciation: ver-vloo-kuhn
Example
Hij vervloekte zijn pech.
He cursed his bad luck.
Conjugation
ikvervloek
jijvervloekt
hijvervloekt
wijvervloeken
jullievervloeken
zijvervloeken
Past tense
vervloekte / vervloekten
Past participle
hebbenvervloekt
Imperative
vervloek
Conditional
zou vervloeken
Future
zal vervloeken