verwarren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
confuse
Pronunciation: ver-var-ren
Example
Je moet de twee broers niet verwarren.
You should not confuse the two brothers.
Conjugation
ikverwar
jijverwarrt
hijverwarrt
wijverwarren
jullieverwarren
zijverwarren
Past tense
verwarde / verwarden
Past participle
hebbenverward
Imperative
verwar
Conditional
zou verwarren
Future
zal verwarren