verwijten
Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry
verbb1
Translation
to blame
Pronunciation: ver-vai-ten
Example
Hij verwijt haar de fout.
He blames her for the mistake.
Conjugation
| ik | verwijs |
| jij | verwijt |
| hij | verwijt |
| wij | verwijten |
| jullie | verwijten |
| zij | verwijten |
Past tense
verweet / verweten
Past participle
hebbenverweten
Imperative
verwijt
Conditional
zou verwijten
Future
zal verwijten