vieren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to celebrate
Pronunciation: vee-ren
Example
We gaan zijn verjaardag groots vieren.
We are going to celebrate his birthday in a big way.
Conjugation
ikvier
jijviert
hijviert
wijvieren
jullievieren
zijvieren
Past tense
vierde / vierden
Past participle
hebbengevierd
Imperative
vier
Conditional
zou vieren
Future
zal vieren