vinden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to find
Pronunciation: vin-duhn
Example
Kun je mijn sleutels vinden?
Can you find my keys?
Conjugation
ikvind
jijvindt
hijvindt
wijvinden
jullievinden
zijvinden
Past tense
vond / vonden
Past participle
hebbengevonden
Imperative
vind
Conditional
zou vinden
Future
zal vinden