voeden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to feed
Pronunciation: voo-den
Example
De moeder moet haar baby voeden.
The mother has to feed her baby.
Conjugation
ikvoed
jijvoedt
hijvoedt
wijvoeden
jullievoeden
zijvoeden
Past tense
voedde / voedden
Past participle
hebbengevoed
Imperative
voed
Conditional
zou voeden
Future
zal voeden