voeren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to conduct
Pronunciation: foo-ren
Example
We moeten de dieren elke dag voeren.
We have to feed the animals every day.
Conjugation
ikvoer
jijvoert
hijvoert
wijvoeren
jullievoeren
zijvoeren
Past tense
voerde / voerden
Past participle
hebbengevoerd
Imperative
voer
Conditional
zou voeren
Future
zal voeren