voorbereiden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
prepare
Pronunciation: fohr-buh-ray-duhn
Example
We moeten ons goed voorbereiden op de presentatie.
We need to prepare well for the presentation.
Conjugation
ikbereid voor
jijbereidt voor
hijbereidt voor
wijvoorbereiden
jullievoorbereiden
zijvoorbereiden
Past tense
bereidde voor / bereidden voor
Past participle
hebbenvoorbereid
Imperative
bereid voor
Conditional
zou voorbereiden
Future
zal voorbereiden
Separable verb