vrezen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to fear
Pronunciation: vray-zen
Example
Ze vrezen dat het te laat is.
They fear that it is too late.
Conjugation
ikvrees
jijvrees
hijvrees
wijvrezen
jullievrezen
zijvrezen
Past tense
vreesde / vreesden
Past participle
hebbengevreesd
Imperative
vrees
Conditional
zou vrezen
Future
zal vrezen