vrijlaten

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to release
Pronunciation: vry-laa-ten
Example
Ze besloten de vogel vrij te laten.
They decided to release the bird.
Conjugation
iklaat vrij
jijlaat vrij
hijlaat vrij
wijlaten vrij
jullielaten vrij
zijlaten vrij
Past tense
liet vrij / lieten vrij
Past participle
hebbenvrijgelaten
Imperative
laat vrij
Conditional
zou vrijlaten
Future
zal vrijlaten
Separable verb