wegbreken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
break away
Pronunciation: VEKH-breh-kuhn
Example
Het ijs begon langzaam weg te breken.
The ice slowly began to break away.
Conjugation
ikbreek weg
jijbreekt weg
hijbreekt weg
wijwegbreken
julliewegbreken
zijwegbreken
Past tense
wegbrekte / wegbrekten
Past participle
hebbengewegbrekt
Imperative
wegbrek
Conditional
zou wegbreken
Future
zal wegbreken
Separable verb