weghouden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
keep away
Pronunciation: VEKH-how-duhn
Example
Probeer de kinderen uit de buurt van het vuur weg te houden.
Try to keep the children away from the fire.
Conjugation
ikhoud weg
jijhoudt weg
hijhoudt weg
wijhouden weg
julliehouden weg
zijhouden weg
Past tense
weghoudde / weghoudden
Past participle
hebbengeweghoudd
Imperative
weghoud
Conditional
zou weghouden
Future
zal weghouden
Separable verb