wegleggen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba2
Translation
to put away
Pronunciation: vehg-leh-ghen
Example
Kun je het boek even wegleggen?
Can you put the book away for a moment?
Conjugation
ikleg weg
jijlegt weg
hijlegt weg
wijleggen weg
jullieleggen weg
zijleggen weg
Past tense
wegleggde / wegleggden
Past participle
hebbengewegleggd
Imperative
weglegg
Conditional
zou wegleggen
Future
zal wegleggen
Separable verb