werpen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to throw
Pronunciation: ver-pen
Example
Hij kan de bal ver werpen.
He can throw the ball far.
Conjugation
ikwerp
jijwerpt
hijwerpt
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen
Past tense
wierp / wierpen
Past participle
hebbengeworpen
Imperative
werp
Conditional
zou werpen
Future
zal werpen