zetten

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to put
Pronunciation: zet-ten
Example
Zet de bloemen in de vaas.
Put the flowers in the vase.
Conjugation
ikzet
jijzet
hijzet
wijzetten
julliezetten
zijzetten
Past tense
zette / zetten
Past participle
hebbengezet
Imperative
zet
Conditional
zou zetten
Future
zal zetten