aanblijven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to remain
Uitspraak: /ˈaːnˌblɛi̯.və(n)/
Voorbeeld
De directeur besloot nog een jaar aan te blijven.
Vervoeging
| ik | blijf aan |
| jij | blijft aan |
| hij | blijft aan |
| wij | aanblijven |
| jullie | aanblijven |
| zij | aanblijven |
Verleden tijd
blijvde / blijvden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanblijvd
Gebiedende wijs
blijv
Voorwaardelijke wijs
zou aanblijven
Toekomende tijd
zal aanblijven
Scheidbaar werkwoord