aanbrengen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to apply
Uitspraak: /ˈaːnˌbrɛŋ.ə(n)/
Voorbeeld
Je moet de crème voorzichtig op de huid aanbrengen.
Vervoeging
| ik | breng aan |
| jij | brengt aan |
| hij | brengt aan |
| wij | aanbrengen |
| jullie | aanbrengen |
| zij | aanbrengen |
Verleden tijd
brengde / brengden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanbrengd
Gebiedende wijs
breng
Voorwaardelijke wijs
zou aanbrengen
Toekomende tijd
zal aanbrengen
Scheidbaar werkwoord