aandringen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to insist
Uitspraak: /ˈaːnˌdrɪŋə(n)/
Voorbeeld
Hij bleef aandringen op een antwoord.
Vervoeging
| ik | dring aan |
| jij | dringt aan |
| hij | dringt aan |
| wij | aandringen |
| jullie | aandringen |
| zij | aandringen |
Verleden tijd
dringde / dringden
Voltooid deelwoord
hebbengeaandringd
Gebiedende wijs
dring
Voorwaardelijke wijs
zou aandringen
Toekomende tijd
zal aandringen
Scheidbaar werkwoord