aangaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to enter into
Uitspraak: /ˈaːnˌɣaːn/
Voorbeeld
Hij wil een nieuwe uitdaging aangaan.
Vervoeging
ikga aan
jijgaat aan
hijgaat aan
wijaangaan
jullieaangaan
zijaangaan
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeaangaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou aangaan
Toekomende tijd
zal aangaan
Scheidbaar werkwoord