aanhalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to tighten
Uitspraak: /ˈaːnˌɦaː.lə(n)/
Voorbeeld
Ze besloot om de banden met haar familie aan te halen.
Vervoeging
| ik | haal aan |
| jij | haalt aan |
| hij | haalt aan |
| wij | aanhalen |
| jullie | aanhalen |
| zij | aanhalen |
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanhald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou aanhalen
Toekomende tijd
zal aanhalen
Scheidbaar werkwoord