aankomen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
aankomen
Uitspraak: /ˈaːnˌkoːmə(n)/
Voorbeeld
De trein zal om vijf uur aankomen.
Vervoeging
| ik | kom aan |
| jij | komt aan |
| hij | komt aan |
| wij | komen aan |
| jullie | komen aan |
| zij | komen aan |
Verleden tijd
kwam aan / kwamen aan
Voltooid deelwoord
zijnaangekomen
Gebiedende wijs
kom aan
Voorwaardelijke wijs
zou aankomen
Toekomende tijd
zal aankomen
Scheidbaar werkwoord