aanleren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to learn
Uitspraak: /ˈaːnˌleː.rə(n)/
Voorbeeld
Het is belangrijk om kinderen goede gewoontes aan te leren.
Vervoeging
| ik | leer aan |
| jij | leert aan |
| hij | leert aan |
| wij | leren aan |
| jullie | leren aan |
| zij | leren aan |
Verleden tijd
lerde / lerden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanlerd
Gebiedende wijs
ler
Voorwaardelijke wijs
zou aanleren
Toekomende tijd
zal aanleren
Scheidbaar werkwoord