aanlopen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to run into
Uitspraak: /ˈaːnˌloː.pə(n)/
Voorbeeld
De motor begon te haperen toen we de heuvel aanliepen.
Vervoeging
ikloop aan
jijloopt aan
hijloopt aan
wijaanlopen
jullieaanlopen
zijaanlopen
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengeaanlopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou aanlopen
Toekomende tijd
zal aanlopen
Scheidbaar werkwoord