aanpassen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
aanpassen
Uitspraak: /ˈaːnˌpɑsə(n)/
Voorbeeld
Je moet je snel aanpassen aan de nieuwe situatie.
Vervoeging
| ik | pas aan |
| jij | past aan |
| hij | past aan |
| wij | aanpassen |
| jullie | aanpassen |
| zij | aanpassen |
Verleden tijd
paste aan / pasten aan
Voltooid deelwoord
hebbenaangepast
Gebiedende wijs
pas aan
Voorwaardelijke wijs
zou aanpassen
Toekomende tijd
zal aanpassen
Scheidbaar werkwoord