aanproberen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
try on
Uitspraak: /ˈaːnˌproːbəre(n)/
Voorbeeld
Ik wil deze jas aanproberen.
Vervoeging
| ik | aanprobeer |
| jij | aanprobeert |
| hij | aanprobeert |
| wij | aanproberen |
| jullie | aanproberen |
| zij | aanproberen |
Verleden tijd
proberde / proberden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanproberd
Gebiedende wijs
prober
Voorwaardelijke wijs
zou aanproberen
Toekomende tijd
zal aanproberen
Scheidbaar werkwoord