aansluiten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to connect
Uitspraak: /ˈaːnˌslœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
Kun je de kabel op de tv aansluiten?
Vervoeging
iksluit aan
jijsluit aan
hijsluit aan
wijaansluiten
jullieaansluiten
zijaansluiten
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengeaansluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou aansluiten
Toekomende tijd
zal aansluiten
Scheidbaar werkwoord